Arkady Wajspapir, sleutelfiguur in de opstand in Sobibor, overleed op 96-jarige leeftijd

De opstand van 1943, tot grote verrassing van de Duitse bewakers, wordt gezien als een symbool van de moed van de Joodse verzetstrijders.

Wajspapir doodde minstens een nazi gedurende de opstand – volgens de United States Holocaust Memorial Museum een van de moedigste daden van de Joodse gevangenen. Hij overleed op 11 januari 2018 liet de Federation of Jewish Communities in Russia weten in een verklaring.

De opstand in het kamp in Oost-Polen begon op 14 oktober 1943. De organisatie ervan begon na de aankomst van verschillende veteranen van het Rode Leger met ervaring in de strijd, waaronder Wajspapir en Aleksandr “Sasha” Aronovich Pechersky. De groep had wapens gemaakt van hout en beraamde een plan waarin werd voorzien om bewakers te neutraliseren op essentiële locaties waardoor een massale ontsnapping mogelijk zou worden.

De opstand in Sobibor, die de nazi’s volledig overviel, wordt wijd en zijd gezien als een symbool van enerzijds de moed van de Joodse verzetsstrijders en anderzijds in het misplaatste zelfvertrouwen van de nazi’s dat ze in staat zouden zijn om elke vorm van opstand de kop in te drukken. Wajspapir was ook een van de vier gevangenen die het startsignaal voor de opstand gaf, waarin 11 SS-ers werden gedood en 300 gevangenen ontsnapten.

Arkady Wajspapir pictured after the war (Creative Commons)

Wajspapir kreeg de opdracht om een SS soldaat en een Oekraïense bewaker te doden in de kleermakerij samen met de Poolse Jood Jehuda Lerner. Bewapend met bijlen stonden Wajspapir en Lerner, beide volledig uitgehongerd, klaar en waren verborgen achter een gordijn in de werkplaats. Daar wachtten ze op SS officier Siegfried Graetschus, de leider van de Oekraïense bewakers. Graetschus kwam naar de deur en deed een jas aan die de kleermakers voor hem hadden gemaakt. “Ik kwam vanachter het gordijn te voorschijn, liep langs de officier naar de dur, draaide me om en sloeg hem op zijn hoofd met de scherpe kant van de bijl”, vertelde Wajspapir tijdens een interview in 1975 over de opstand.

Van de gevangenen van het kamp zijn er slechts 53 ontkomen aan de razzias die de nazi’s na de opstand organiseerden in de bossen rond het kamp. Van de overlevenden leven er nu nog enkelen.

Alle nabije familie van Wajspapir werd vermoord in de sjoah.

“We verdeelden ons in groepen en gingen naar verschillende richtingen. Onze groep, waarin 11 Sovjet-gevangenen, ging in noordoostelijke richting” , vertelde Wajspapir. Deze groep sloot zich aan bij andere verzetsstrijders. Na de oorlog ging Wajspapir terug naar Donetzk en nam zijn oude beroep weer op.

“De herinnering aan de moed die werd getoond door Wajspapir en zijn kameraden zal voortleven voor de voorspoed van de Joodse gemeenschappen in Rusland en zal doorgaan met de strijd voor deze voorspoed,” schreef de Federation van Jewish Communities van Rusland in een verklaring.

Later deze maand zal het Joodse Museum van Moskou en de Tolerance Center een internationaal symposium organiseren ter herinnering aan de Opstand in Sobibor vlak voor de 75e herdenking. De president van Rusland, Vladimir Poetin, zal dit evenement bijwonen.

 

bron:
Times of Israel, 13 januari 2018

Nieuwe publicatie Stichting Sobibor

Jules Schelvis heeft een steen verlegd. Buiten alle andere dingen die hij in zijn leven heeft gedaan zorgde hij dat het vernietigingskamp Sobibor op de kaart werd gezet. In de historiografie werd eerst vooral Auschwitz genoemd als plaats waar Nederlandse Joden massaal vermoord werden, daarbij werd bij eenderde van hen vergeten dat ze ergens anders, diep in Oost-Polen, vermoord werden in een van de kampen van Aktion Reinhard, Sobibor.
De energie van Jules om deze plaats op de kaart te zetten heeft ervoor gezorgd dat in de huidige geschiedschrijving die verhaal niet wordt vergeten. Jules bracht een stuk van het verhaal van 34.313 Nederlandse Joden terug in de herinnering.

Jules veranderde ook vele levens na de oorlog. Door zijn verhalen, door zijn presentaties, door zijn energie en door zijn mensj-zijn. Daar komt ook nog bij dat hij in 1999 de Stichting Sobibor oprichtte. Het verhaal over Jules is bekend. Hij leverde uitstekend wetenschappelijk werk en stelde daarin ook zijn persoonlijke ervaringen op schrift. Na zijn overlijden kwam de wens om van een aantal mensen waarbij Jules in hun levens een steen verlegde dat verhaal op te tekenen, te documenteren en vast te leggen. Om hiermee een glimp van de mens Jules in de herinnering te bevriezen. Het persoonlijke verhaal had aan velen gevraagd kunnen worden. Jules had een voor heel veel mensen een grote betekenis. Uiteindelijk hebben zestien personen hun verhaal opgeschreven. Een bloemlezing met korte verhalen, anekdotes, ontroerende samenkomsten en daarboven een overheersend thema: Jullie moeten deze verhalen doorvertellen.

Het boek is te bestellen door overmaken van € 15,- + € 4,- porto (€ 19,-) op
bankrekening IBAN: NL03 INGB 0003 3025 25
t.n.v. Stichting Sobibor te Amsterdam

o.v.v.
Uw naam, adres, postcode en ‘bestelling boekje Jules’.

Het wordt zo snel mogelijk toegestuurd.

verslag bijeenkomst Verzetsmuseum oktober 2017

‘We hebben gewonnen en we hebben verloren, maar we hebben meer verloren dan gewonnen’

Op vrijdagmiddag 27 oktober heeft de Stichting Sobibor samen met het Verzetsmuseum de opstand van de joodse gevangenen op 14 oktober 1943 in Sobibor herdacht. Dit jaar ging de aandacht uit naar Paul Hellmann, Mary Richheimer-Leijden van Amstel, Marco de Groot, Rudi Westerveld en David van Huiden. Alle vijf hebben als mede-aanklager tijdens het Demjanjuk-proces een requisitoir gehouden.

Johannes Houwink ten Cate

Professor Johannes Houwink ten Cate leidde de middag in. Hij beschreef hoe het Duitsland van na de oorlog met de daders van de Holocaust is omgegaan. We hebben het aan de Amerikanen te danken, zo vertelde Johannes Houwink ten Cate, dat Demjanjuk alsnog in Duitsland werd vervolgd. Jetje Manheim, voorzitter van de Stichting Sobibor tijdens het Demjanjuk-proces van 2009 tot 2011, nam het publiek vervolgens mee terug in de tijd. In detail werden herinneringen opgehaald en met behulp van begeleidende foto’s liet Jetje bijvoorbeeld zien hoe de groep van mede-aanklagers langs de achteringang van het gerechtshof naar binnen was gesluisd. Het was de bedoeling om onder de media-aandacht uit te komen.

Jetje Manheim

De middag kreeg daarna een heel persoonlijke wending door de vragen van discussieleider professor Harmen van der Wilt. Voor iedere mede-aanklager had Harmen van der Wilt een vraag die op zijn of haar requisitoir betrekking had. Aandacht was er voor de respectloze houding van Demjanjuk tijdens het proces. Volkomen afgesloten had hij het proces meegemaakt. Van empathie was geen sprake geweest. Van schuldbekenning al helemaal niet. Als Demjanjuk zich anders had opgesteld tijdens het proces, dan had Rudi Westerveld misschien niet om een maximale straf gevraagd in zijn requisitoir tijdens het proces. Ook Hans Bevers, juridisch adviseur van de openbare aanklager van het Internationaal Strafhof deed mee aan de discussie. Hij vertelde hoe tegenwoordig bij het strafhof rekening met de strafmaat wordt gehouden als iemand schuld bekend.

Aandacht was er ook voor ‘de grote leugen van na de oorlog.‘ Zo werd althans de periode vanaf het wegvoeren van de familieleden ervaren. Jarenlang wachten om duidelijkheid te krijgen over het lot van de naaste familie, terwijl de meesten vrijwel meteen na aankomst in Polen waren vermoord. David van Huiden vertelde erover. Volledig onnodig had hij er twee jaren lang geen wetenschap van gehad dat hij zonder zijn familie verder moest leven. Psychische gevolgen, het doorgaan en net doen alsof er niets aan de hand was kwamen ook als thema aan de orde tijdens de bijeenkomst. De mede-aanklagers waren het er over eens dat het proces in zekere mate helend had gewerkt. De groep van mede-aanklagers was een soort van familie geworden. Mensen die allemaal het zelfde hadden meegemaakt. Ze waren na de oorlog alleen over gebleven en moesten op de een of andere manier een leven zien te leiden. Geen gemakkelijke opgave. Marco de Groot vertelde over de psychische problemen die het gevolg waren. Pas toen hij met joodse lotgenoten in contact kwam ging het beter.

mede-aanklagers

Mary Richheimer, beschreef hoe zij nadat ze als peuter was ondergedoken vervolgens na de oorlog bij een pleegfamilie in Leeuwarden terecht was gekomen. Ze had een goede opvoeding genoten maar liefde had ze gemist. Mary beschouwde haar bijdrage als mede-aanklager als het enige dat ze voor haar ouders en familie heeft kunnen doen. Net zo als tijdens het proces vroeg ze zich opnieuw af hoe het toch mogelijk is geweest dat deze wreedheden onder het oog van de wereld hebben kunnen plaatsvinden, zonder dat er tijdig is ingegrepen. Paul Hellmann vertelde hoe het proces intervenieerde met een persoonlijke ervaring. Kort voor het proces was hij er achter gekomen dat zijn vader was verraden door de berucht Jodenjager Abraham Kipp. Deze man wist naar Argentinië te vluchten. Hij zou daar in 1995 in vrijheid sterven.

Voor een historische reactie op dat wat de mede-aanklagers aan de zaal toevertrouwde richtte Harmen van der Wilt zich tot Johannes Houwink ten Cate. Hij beschreef bijvoorbeeld hoe samenlevingen soms wel 20 tot 25 jaar nodig hebben om in te zien wat er is gebeurd. Hans Bevers betrok de ervaringen van de mede-aanklagers op de werkzaamheden van het Internationale Strafhof. Hij gaf aan dat het strafhof veel kan leren van het Demjanjuk-proces. Hans Bevers was in dat verband zelfs zo onder de indruk van de voorbereiding en begeleiding door de toenmalige Stichting Sobibor dat hij Jetje Manheim nog tijdens de bijeenkomst om haar aantekeningen vroeg. Een geslaagde en vooral ook intieme middag die afgesloten werd door Rob Snijders van het huidige bestuur van de Stichting Sobibor. Met gepaste trots presenteerde Rob het boekje ‘Jullie moeten deze verhalen doorvertellen…” In het boekje halen bekenden van Jules Schelvis herinneringen op. Een eerste exemplaar werd aan Mary Richheimer uitgereikt. Over het Demjanjuk proces zei Jules Schelvis: ‘De rechtbank heeft altijd gelijk. We hebben gewonnen en we hebben verloren, maar we hebben meer verloren dan gewonnen.

verslag: Petra van den Boomgaard

27 oktober 2017, middag Stichting Sobibor in het verzetsmuseum

Alle Nederlandse betrokkenen bij proces Demjanjuk. Foto gemaakt door Michael Jacobs

Nebenkläger, een terugblik….

Nederlandse nabestaanden namen deel aan het proces dat van 2009 tot 2011 werd gevoerd tegen John (Iwan) Demjanjuk. Sommigen hadden zich zelf aangemeld terwijl anderen de rol van mede-aanklager of Nebenkläger hadden aanvaard op verzoek van de Duitse justitie.

In het Duitse rechtssysteem hebben eerstegraads familieleden van de slachtoffers van een misdrijf met dodelijke afloop het recht naast de openbare aanklager op te treden als mede-aanklager. Drieëntwintig Nederlandse nabestaanden van de in vernietigingskamp Sobibor vermoorde familieleden traden tijdens het proces in deze hoedanigheid op. Negentien van hen hielden een requisitoir tijdens het proces in München. Ze spraken niet alleen namens hun vermoorde familieleden, maar ook namens alle anderen die in Sobibor zijn vermoord.

Op 27 oktober 2017, ruim 6 jaar na de schuldigverklaring van de rechtbank in München, blikken we in het Verzetsmuseum terug op de bijdragen van de medeaanklagers. Wat heeft de Nebenkläger rol destijds met hen gedaan en hoe is het hen nadien vergaan.

Het Verzetsmuseum en de Stichting Sobibor nodigen u uit op:

27 oktober 2017, Verzetsmuseum Amsterdam,

Plantage Kerklaan 61A

15.00-17.00 uur, afgesloten door een borrel

Aanmelden 27 september via deze link. Entree: € 12,50 (€ 7,50 voor donateurs Stichting Sobibor en vrienden Verzetsmuseum).

 

Liesbeth van der Horst, directeur Verzetsmuseum
Jetje Manheim, voorzitter van de Stichting Sobibor tijdens het Demjanjuk-proces 2009-2011

Discussieleider: Harmen van der Wilt, Professor Internationaal Strafrecht, Universiteit van Amsterdam

Discussiedeelnemers:
Mede-aanklagers: Paul Hellmann, Mary-Richheimer-Leijden van Amstel, Marco de Groot, Rudi Westerveld en David van Huiden
Johannes Houwink ten Cate,  Professor Holocaust en Genocide Studies, Universiteit van Amsterdam
Hans Bevers, Juridisch adviseur Openbare aanklager Internationaal Strafhof Den Haag.


Parkeren
In de Plantagebuurt en op het Artis parkeerterrein kost parkeren € 4,00 per uur, te betalen bij de parkeerbetaalautomaat.
Uitrijkaart parkeerplaats dierentuin Artis – niet tijdens de schoolvakanties: 29 oktober valt in de schoolvakanties

Parkeergarages in de buurt
Parkeergarages: Muziektheater/Stadhuis (Waterlooplein) of Markenhoven(*). Markenhoven is dichtbij het Verzetsmuseum.
Vanaf Parking Centrum (naast Amsterdam CS) loopt u in een kwartier naar het museum – parkeert u daar langer dan 5 uur en niet langer dan 24 uur dan betaalt u een vast tarief van € 10,-.

(*) Bij Markenhoven kunt u parkeren met 25% korting als u het Verzetsmuseum bezoekt. U trekt bij het inrijden van parkeergarage Markenhoven een parkeerkaartje. Bij het Verzetsmuseum kunt u aan de balie een kortingskaartje krijgen. Bij vertrek uit parkeergarage Markenhoven stopt u eerst het parkeerkaartje en daarna het kortingskaartje in de betaalautomaat. De korting wordt door de betaalautomaat berekend.Zie ook parkeergebouwen in Amsterdam.

Nazimoordfabrieken

Dit in april 2017 uitgekomen boek van Ton Roozeboom heeft meer dan 900 foto’s, waarvan een groot deel nooit eerder gepubliceerd. Daarnaast bevat dit boek archeologisch onderbouwde illustraties en plattegronden van Sobibor, Belzec, Treblinka en Chelmno.
Verder zijn er nooit eerder gepubliceerde getuigenverklaringen in opgenomen en kijkt u mee mee over de schouders van de archeologen en ziet hun opmerkelijk ontdekkingen.Dit boek geeft u op gedetailleerde wijze inzicht in de werkwijze van de SS in de kampen en het vernietigingsproces en een hoofdstuk is geschreven door Jules Schelvis, een van de weinige  Nederlandse overlevenden van Sobibor.

Het boek is te bestellen bij bol.com.