klein monument

Anneke Hemrika

Ik weet het wel – ik moet het maar vergeten;
Het is zo lang geleden en voorbij.
Zij die ‘t zeggen, menen ‘t goed met mij,
Maar het is of ik door slangen word gebeten.

Heb ik niet – keer op keer – mezelf gedwongen,
De nagels diep gedrongen in mijn huid?!
Ik delf het onderspit en schreeuw het uit
In duizend dromen, die aan scherven sprongen.

Het leven heeft geen enkele kans geboden.
De mazen van het veel te kleine net
Waren te nauw of al te druk bezet.
Zij zijn vertrokken in een trein vol doden.

Laat mij tot in de late nanacht spelen
Met woorden, groeiend tot een stil gedicht.
Mijlen vanhier ontwaar ik hun gezicht
En deel mijn tranen met ontelbaar velen.

Voor allen die ik eenmaal heb gekend,
Die ik heb liefgehad én om te overleven
Is dat wat nooit voorbijging, neergeschreven.
Aan hen draag ik het op, dit kleine monument.

Uit: Klein monument van Anneke Hemrika
Octavo, Bergen (N.H.), 1985. ISBN90-70805-07-3