13 oktober 2016: de bijzondere nalatenschap van Jules Schelvis

De Herdenkingsbijeenkomst in het Verzetsmuseum Amsterdam op 13 oktober 2016 stond in het teken van de nalatenschap van Jules Schelvis . Een nalatenschap die zowel bijzonder als ook groot en persoonlijk is.
Aan de ene kant zijn er de boeken. Boeken door  (nieuwe) steeds minutieus te onderzoeken en onvermoeid controleren, nog meer onderzoek en opnieuw controleren. Door de inspanningen van Jules is zijn boek “Vernietigingskamp Sobibor” niet alleen het standaardwerk over Kamp Sobibor geworden en Sobibor als vernietigingskamp uit de vergetelheid onttrokken. Het heeft ook geleid naar een eredoctoraat van Jules aan de universiteit van Amsterdam.
Tot zijn nalatenschap behoort ook de Stichting Sobibor. Actief in het informeren en de educatie van docenten, studenten en andere doelgroepen. Zodat het mogelijk wordt voor het  herinneren van de nabestaanden en herinneren aan de talloze vermoorde naamlozen.

Deze persoonlijke middag, ter herinnering aan Jules, werd voorgezeten door  vriend en journalist Cees Labeur. Cees heeft Jules ontmoet in Hagen tijdens het proces tegen Karl Frenzel, destijds tweede man in Sobibor. Tijdens familiebezoek in Australië kwam Jules toevallig in contact met een overlevende van de opstand, Chaskiel Menche. Zij was opgeroepen als getuige bij het proces tegen Karl Frenzel maar durfde niet alleen te gaan. Jules bood aan samen met haar te gaan. Vanwege de zwakke verdediging van de advocaten verbond Jules zich als Nebenkläger aan dit proces. Cees herinnert zich nog steeds het waardige betoog welke Jules hield uit naam van zijn familie en de talloze naamlozen die in Sobibor zijn omgebracht. Tijdens dit proces en de vele jaren daarna heeft zich een vriendschap tussen Jules en Cees ontwikkeld.

Er is ook een meer persoonlijke nalatenschap van Jules die minstens zo belangrijk is. Hans Blom was  nauw betrokken bij het onderzoek door Jules voor zijn boek. Het onderzoek dat Jules verrichtte naar Kamp Sobibor kwalificeerde hem voor zijn Eredoctoraat. Dit onderzoek heeft Jules bijzonder nauwkeurig en uitgebreid uitgevoerd. Hans Blom, voorzitter van het Verzetsmuseum en ambassadeur van de Stichting Sobibor, herinnert zich Jules vooral als iemand die het spanningsveld tussen het verleden en het heden kon wegnemen. Het heden kan zich immers op verschillende manieren in het heden manifesteren, waardoor het verleden zeer ongemakkelijk kan zijn. De unieke manier waarop Jules de verbinding tussen het verleden en het heden vorm gaf, maakte dat niet alleen op een open manier naar het het verleden kon worden gekeken. Maar ook kon worden herdacht door onder meer de jeugd. Bovendien werd door deze open blik naar het verleden het verleden het wetenschappelijk onderzoek niet gehinderd.

Jules heeft Herman Rens twee belangrijke lessen geleerd. Ten eerste dat de Shoah een wezenlijk onderdeel is van onze samenleving. En vooral dat de Shoah niet hoeft te betekenen dat men het vertrouwen in de mensheid hoeft te verliezen of dat de jeugd verloren is. Herman heeft na zijn pensionering onderzocht welke rol een klein goederenstation in Cosel (Polen) heeft gehad in de vernietiging van Nederlandse Joden op transport naar Sobibor. Dit vergeten station en zijn geschiedenis zijn dankzij Herman en zijn vrouw Annelies onttrokken uit de vergetelheid. Herman Rens was de laatste ontvanger van de Rachal Borzykowskipenning 2016 die door Jules zelf genomineerd is.

Rozette Katz sprak vanuit een zeer persoonlijke betrokkenheid met Jules, die voortkwam uit een goede vriendschap en haar functie als oud-bestuurslid van de Stichting Sobibor. Net als Jules heeft zij vele jaren niet over haar oorlogsverleden kunnen praten. Ook bij haar was het een externe gebeurtenis, een conferentie over oorlogskinderen, die haar de kracht gaf om juist wel over haar verleden spreken. Van Jules leerde ze om niet alleen haar persoonlijke verhaal te doen maar deze ook te plaatsen in het historische perspectief. Wat betekent het: “Nooit meer Auschwitz”? Vooral dat we van onze gezamenlijke geschiedenis moeten leren, zowel positief als negatief. Dit is met name zo belangrijk omdat we met deze gezamenlijke geschiedenis en iedereen om ons heen onze samenleving opbouwen. Zoals ook Eli Wiesel zei: “Het is gebeurd dus het kan weer gebeuren”. Nadrukkelijk vertelde Rozette haar publiek te onthouden dat één kind een gezin kan veranderen. Eén gezin kan een gemeenschap veranderen en één gemeenschap kan een samenleving veranderen.

Jan Vermaning tenslotte reikte aan de kleinkinderen van Jules het lespakket dat is ontstaan uit het programma “Er reed een trein naar Sobibor”. Jan Vermaning, orkestleider en dirigent van het Nationaal Symfonisch kamerorkest, heeft Jules als een zeer vastberaden en eigenzinnig man leren kennen in de voorbereidingen naar het concert. Jules demonstreerde in de voorbereidingen zijn eigen unieke werkwijze; steeds kwam Jules met nieuwe wijzigingen en verbeteringen. En dan toch kon het voorkomen dat Jan vermaning tijdens het concert een aanpassing in de tekst hoorde. Na twaalf, deels internationale, concerten kon het boek voor Jules gesloten worden. Een breekbare man achterlatend die zijn eigen kwetsbaarheid eindelijk kon tonen.

Maarten Eddes, voorzitter van de Stichting Sobibor, vertelt over hoe de stichting invulling geeft aan Jules’ nalatenschap. Naast de jaarlijkse herdenkingsreizen en studiereizen  heeft de stichting een educatieprogramma waarin zij docenten, middels een samenwerking met de NIOD, de mogelijkheid geeft om gratis met de studiereis mee te gaan naar Polen. Ook ondersteunt de stichting de internationale jeugd conferentie. De conferentie vindt plaats rond de opstand in Sobibor. De stichting stelt elk jaar enkele docenten en leerlingen in de gelegenheid om deel te nemen. Zo zorgt de stichting dat Sobibor nooit in de vergetelheid geraakt en het verhaal doorverteld zal worden en blijven.

Tenslotte, hoe wilde Jules zelf zijn nalatenschap en de Holocaust laten voortleven? Jules was hier heel duidelijk in en gaf ons een belangrijke opdracht: “Vertel in je eigen bewoordingen door wat er is gebeurd zodat je kinderen, kleinkinderen en de generaties na hen het zullen herinneren”.