Requisitoir Mary Richheimer-Leijden van Amstel – nl

Zeer geacht Hof,

Ik ben Marianne Leijden van Amstel, gehuwd met Guus Richheimer.

Mijn vader is Louis Leijden van Amstel, geboren op 12 juli 1910 in Amsterdam.
Mijn moeder is Esther Leijden van Amstel-Worms, geboren op 21 augustus 1902 in Amsterdam.
Mijn vader en moeder zijn beiden op 9 juli 1943 vermoord in Sobibor.
Behalve mijn ouders en grootouders van beide zijden zijn nog 17 familieleden van mij vermoord in Sobibor en andere vernietigingskampen.
Ik sta voor uw rechtbank als de enige directe overlevende van de familie van zowel vaders als moeders zijde.

Op 3-jarige leeftijd werd ik in 1943 wees, wat ik als ondergedoken klein kind natuurlijk geheel niet heb begrepen. Ik heb geen enkele herinnering aan mijn ouders en het enige tastbare aandenken dat ik bezit is 1 foto van mijn moeder. Van mijn vader heb ik niets.

De oorlogstijd ben ik doorgekomen via verschillende onderduikadressen. Ik kan mij over deze periode slechts wat vage beelden voor de geest halen. Volgens vele geraadpleegde deskundigen komt dit doordat deze periode blijkbaar als een soort zelfverdediging ergens diep in mijn geest is afgesloten en verborgen.

Op 5 ½ – jarige leeftijd ben ik na de oorlog geplaatst in een weeshuis en werd tenslotte op 8-jarige leeftijd geplaatst bij een pleeggezin.
Alhoewel ik dankbaar ben voor deze plaatsing, was dit voor mij geen vervanging van een liefdevol ouderlijk huis, omdat het meer een soort opvanghuis was, waar ik weinig liefde heb ondervonden. Tenslotte ging ik als 17-jarige het huis uit omdat ik in de verpleging wilde gaan werken en mijn eigen identiteit wilde zoeken.

Ik sta hier voor uw rechtbank als medeaanklaagster om de volgende redenen:

1) Ik hoop en vertrouw erop dat mijn ouders, grootouders en overige familieleden vanaf hierboven met trots op mij neerkijken, wanneer zij zien dat ik als hun enig kind en enige overlevende van de familie wellicht iets voor hen allen heb kunnen doen, zodat zij weten dat zij hun korte leven niet voor niets hebben geleefd.

2) Het is voor mij uitermate belangrijk dat de verschrikkingen, welke in het vernietigingskamp Sobibor hebben plaatsgevonden, meer bekendheid krijgen, vooral in Nederland en in Duitsland, waar de misdaden van het kamp Sobibor weinig bekend zijn en waar onder de vele andere dodenkampen zoals Auschwitz de naam van het kamp Sobibor zelfs op scholen bijna niet wordt vermeld.

3) En het is voor mij belangrijk dat alle daders, die betrokken waren bij de verschrikkingen en de genocide, die in de jaren 1940-1945 heeft plaatsgevonden, als schuldigen zullen worden aangemerkt. Uw rechtbank dient deze opgave tegenover één van de daders van Sobibor te vervullen.

Dit proces heb ik via alle beschikbare verslagen zeer nauwkeurig gevolgd, waarbij ik telkens weer tot de onbeantwoorde maar centrale vraag kom: Hoe is het toch mogelijk geweest, dat deze wreedheden onder het oog van de wereld hebben kunnen plaats vinden, zonder dat er tijdig is ingegrepen. Alhoewel het bij mij een lange tijd heeft geduurd, ben ik tot de persoonlijke overtuiging gekomen, dat op deze vraag nooit een zinnig antwoord kan worden gegeven.

Persoonlijk zal ik tot het eind van mijn leven daders en verantwoordelijken voor deze misdaden tot in het diepst van mijn ziel verfoeien.
Het zal voor velen moeilijk zijn om begrip voor mijn gevoelens op te brengen, omdat zij (gelukkig) niet met mijn hartzeer behoeven te leven.

Maar het leven gaat door. Ik sta hier voor u als een Joodse vrouw, moeder en grootmoeder. Mijn ouders kunnen er trots op zijn, dat zij aan dit resultaat wezenlijk hebben meegewerkt.
Het verlies van mijn ouders en mijn familie heeft diepe sporen in mijn hart en een grote leegte nagelaten, die nimmer opgevuld kan worden.
Bijna mijn gehele leven ben ik me daar dagelijks van bewust. Ik moet met deze leegte leven.
Maar ik heb de kracht gevonden om ook de goede kanten van het leven te respecteren. Ik ben trots op mijn gezin, welke immer als een blok achter mij staan, waardoor ik ook in staat ben om deze rechtsgang als medeaanklaagster te volgen en mij uit te spreken.

Alhoewel ik niet in staat zal zijn geweest om u de volle betekenis van het verlies van ouders en mijn gehele familie gevoelsmatig te kunnen overbrengen, beschouw ik het voor mijzelf als een persoonlijke overwinning dat het mij wél mogelijk was om u te kunnen toespreken.

Ik wil mijn requisitoir beëindigen met te vermelden, dat ik het van de huidige Duitse staat moedig vind, dat men dit proces binnen de eigen landsgrenzen heeft willen aangaan. Ik hoop dan ook dat het recht zal zegevieren en dat degenen die verantwoordelijk zijn, streng en gepast behandeld worden.
En ik bid dat de wereld achtzaam toekijkt en dat er een duidelijk teken wordt gesteld en men ziet dat deze misdadigers hun doel niet bereikt hebben, hoe onvoorstelbaar en gigantisch hun daden ook waren.

Ik dank u voor uw aandacht.

Marianne Leijden van Amstel