dochter Irma, Salomon en Selma Steinberg-Hertz rond 1937

“Het waren twee lieve oude mensen. Zij moesten mij ontslaan, omdat een Arisch meisje niet langer mocht dienen in een joods huishouden. Maar wij hielden contact met elkaar. Ze mochten ook niet meer reizen met de bus. Toen ik trouwde in Geleen, kwamen ze helemaal te voet vanuit Beek om ons een cadeau te bezorgen voor ons huwelijk.” Aldus mevrouw Anna Gulikers uit het Limburgse Beek. Zij sprak over het Joodse echtpaar Steinberg. De woning die mevrouw Gulikers niet langer mocht verzorgen is Maastrichterlaan 49 in Beek, een huis met een bewogen geschiedenis.

Salomon Steinberg was geboren in 1867 in Hagen (D). Hij huwde met Selma Hertz, geboren in Goch in 1868. Zij woonden in Keulen en hadden daar een winkel. Hun enige dochter Irma kwam naar het Zuid-Limburgse Brunssum, na haar huwelijk met de niet-Joodse mijningenieur Johan op den Kamp. In 1939 vluchtte het echtpaar Steinberg naar Nederland. Hun schoonzoon huurde voor hen een mooi huis, Maastrichterlaan 49 in Beek, acht kilometer van hun familie in Brunssum. Anna Gulikers hielp bij het huishouden.

Toen Joop van Sonsbeeck in 1941 om principiële redenen aftrad als burgemeester van Beek, werd de NSB-er Godfried Smalbach tot zijn opvolger benoemd. Deze had zijn zinnen gezet op het huis van de Steinbergs. Hij slaagde erin om hen uit hun huis te zetten. Het echtpaar verhuisde op 30 mei 1942 naar een bovenwoning in Grevenbicht.

Het huis Maastrichterlaan 49, waaruit de familie Steinberg in mei 1942 werd verjaagd door NSB-burgemeester Smalbach

In augustus 1942 waren vrijwel alle Limburgse Joden, die jonger waren dan zestig jaar, naar Auschwitz gedeporteerd. In de provincie waren voorlopig de oudere Joden vrijgesteld van deportatie. Op 10 april 1943 werd voor alle Joden het verblijf in Limburg en in zeven andere provincies in de Mediene verboden. De provincies werden ‘judenrein’. De doorgaans oudere achterblijvers moesten ‘verhuizen’ naar het concentratiekamp Vught. Vanuit dit kamp werden alle Joden ouder dan 60 jaar op 8 mei overgebracht naar Westerbork. De goederentrein die uit dat kamp vertrok op 11 mei, was vooral gevuld met oude mensen. Het waren gepensioneerde slagers, veehandelaars en winkeliers die zich oprecht veilig hadden gevoeld in Groningen, Drenthe, Brabant of Limburg. Zij kwamen aan en werden vermoord in Sobibor op 14 mei.

In 2008 adopteerde de gemeenschap van Beek voor de vijf dorpsgenoten, die deel hadden uitgemaakt van het ‘Ouderentransport’ van 11 mei 1943 een steen in de Gedenklaan in Sobibor, de weg van de barak waar de joden zich moesten uitkleden naar de gaskamer. Selma en Salomon Steinberg waren twee van hen.

 

Verder lezen, vooral over de manier waarop de woningroof plaatsvond, via deze link.

Tekst en foto woonhuis: Herman Rens