We staan in een kring bij de symbolische asheuvel in Sobibor. Reisbegeleider Maarten heeft net de kaddisj uitgesproken, het joodse gebed voor de doden. De herdenking is het emotioneelste deel van de reis, had hij vooraf al gezegd. En inderdaad, de gezichten staan gespannen.
Iedereen heeft namen meegenomen. Soms één, soms wel tien, twintig, dertig. We horen de naam van het buurjongetje van iemands moeder. Die van een tante, een oom. Sommige mensen hebben hier hun ouders verloren.
Zelf ben ik hiernaartoe gekomen om de zus van mijn oma te herdenken, en haar kersverse man: Annie en Hans heetten ze. Ze waren 36 dagen getrouwd toen deze duistere plek een einde maakte aan dat prille huwelijk. Ik noem hun namen, én die van Hans’ ouders: David en Sara.
Ruisende wind
Er klinken ook gedichten – andermans of eigen. Er wordt muziek gespeeld voor de doden. De natuur vult onze klanken van herdenking aan: de wind ruist zachtjes door de boomtoppen, en hier en daar tjilpt een vogel. Verder is het vooral erg stil, want veel andere bezoekers zijn er niet. Sommige mensen leggen een gedenksteen neer, waarin de namen staan gegrafeerd van hun familieleden.
Hedendaags treinstation
Alle boeken en podcasts die ik over Sobibor heb verslonden, hebben me maar ten dele kunnen voorbereiden op dit bezoek. Er is veel dat me onverwacht raakt: een kettinkje in een vitrine met daaraan een hanger in de vorm van een klavertje vier, de waarschuwingsteksten tussen de bomen niet van de paden te stappen omdat de asresten het gebied nog altijd tot “massagraf” maken, het bordje “Sobibor” bij het hedendaagse treinstation – en woont die man daar nu echt in het huisje van de voormalige kampcommandant?
Buiging van de tijd
Maar vooral voelen we allemaal: op dit kleine terrein is het grote kwaad gebeurd. Hier zijn de mensen vermoord die wij vaak niet eens gekend hebben, maar die we op de een of andere manier wel in ons hart gesloten hebben. Hun afwezigheid heeft onze familiegeschiedenissen getekend, generatie op generatie. Op deze plek in Polen komen toen en nu samen, en die gekke buiging van de tijd lijkt de pijn eruit te persen, als een samengeknepen schijfje fruit.
Onder een kussen
Na het bezoek aan Sobibor staat er op het programma: een maaltijd in het nabijgelegen Chelm bij een familie die wil dat er na de zwaarte van Sobibor lekker eten is, zodat er weer gelachen kan worden en het leven gevierd wordt. “Ik wil eigenlijk liever terug naar het hotel en mijn hoofd onder een kussen begraven”, beken ik een reisgenoot. Ik ben kapot, en de reisgenoot ook. Maar als we eenmaal aangeschoven zijn, begrijp ik dat onze gastvrouw en -heer gelijk hebben. Met iedere hap van de heerlijke, Joodse gerechten, krijgt de wereld zijn kleur weer iets meer terug. De gesprekken aan tafel gaan niet meer alleen over oorlog en de gevolgen daarvan, maar ook over huisdieren, werk en kunst.
In de watten
We blijven tijdens die maaltijd ook maar benoemen dat het zo fijn is deze reis in groepsverband te ondernemen. Als je zo’n duistere plek al wilt betreden, dan toch echt liefst in deze veilige bubbel van gelijkgestemden. We raken die avond ook niet uitgepraat over wat een fantastische mensen reisbegeleiders Petra en Maarten zijn. We voelen ons enorm in de watten gelegd. Niet alleen met deze bijzondere maaltijd na die beladen dag; we slapen in een heel prettig hotel in het kleurrijke Lublin, voelen ons weer even twaalf als we een zakje lunch overhandigd krijgen in de bus, en ze checken steeds of iedereen oké is.
Maarten en Petra geven bovendien veel verdieping aan de reis: dankzij hen hebben we twee musea bezocht in Warschau, brachten we een indringend bezoek aan het Poolse dorp Włodawa dat vrijwel zijn hele Joodse bevolking naar Sobibor zag verdwijnen, trokken we een ochtend op met Poolse scholieren en door mensen in de groep getuigenverklaringen te laten voorlezen kwam de geschiedenis nog meer tot leven. Heel bijzonder dat zij dit allemaal voor ons doen.
Het mooiste
Bij terugkomst spookt de reis nog lang door mijn hoofd: de verhalen, de locatie en ik zie almaar parallellen met de huidige staat van de wereld. Maar ik denk ook aan de boeiende gesprekken met de reisgenoten, de onderlinge verbondenheid, de bevlogen begeleiding, de ontroerende rituelen die we met elkaar hebben uitgevoerd om de doden liefdevol te eren. Ik dacht dat ik deze reis alleen het slechtste van de mens zou zien, maar ik vond er ook het mooiste.
Saskia Aukema, deelnemer aan de Herdenkingreis 2026
****
[nootje]Alle dank aan reisbegeleiders Petra en Maarten, aan Nathalie die als arts mee was (en gelukkig niet in actie hoefde te komen), aan Christine en Naomi die het stokje als reisbegeleiders gaan overnemen en aan alle deelnemers aan de reis.
