Enkele dagen geleden is bekend geworden dat Ivan / John Demjanjuk is overleden op 91-jarige leeftijd. Stichting Sobibor begeleidde Nederlandse medeaanklagers in het proces dat van 2009 – 2011 werd gevoerd tegen Ivan / John Demjanjuk.
Hier vindt u de requisitoren die werden uitgesproken door de Nederlandse medeaanklagers en in het bijzonder die van Jules Schelvis.
Over het proces dat in Duitsland tegen Demjanjuk is gevoerd zijn twee boeken gepubliceerd in de reeks Verbum Holocaust Bibliotheek. U kunt deze boeken bestellen bij de reguliere boekhandel, via internet of bij de uitgever zelf (zonder portokosten):
– Wim Boevink: Dienstausweis 1393
– Rob Fransman: Het Demjanjuk-proces
In het kader van het project Late Gevolgen van Sobibor werden nabestaanden van slachtoffers van Sobibor en overlevenden van dit vernietigingskamp geinterviewd; zie de website Late Gevolgen van Sobibor.
Introductiefilm voor de website Late gevolgen van Sobibor | Long shadow of Sobibor.
Redactie: Mirjam Huffener, editing: Robin Hancock
Op 13 december 2012 werd voor een groot en enthousiast publiek in het Amsterdamse Joods Historisch Museum de website The Long Shadow of Sobibor gepresenteerd ter afsluiting van het project Late Gevolgen van Sobibor.
Mirjam Huffener, Arie van Dalen, Linda Andriesse, Jetje Manheim, Frank Huffener
Dit project, gemanaged door Mirjam Huffener, was er oorspronkelijk op gericht de medeaanklagers in het proces tegen Iwan/John Demjanjuk te sterken, maar al snel drong het besef door dat de manier van interviewen door prof. Selma Leijdesdorff meer naar boven bracht dan alleen de relatie tot Sobibor en Demjanjuk. Zoals het vaker met projecten gaat ontstond een sneeuwbaleffect, zodat tenslotte naast 22 nabestaanden ook negen overlevenden van de opstand in Sobibor, over de wereld verspreid werden geïnterviewd.
Wat er allemaal voor nodig was om die interviews te kunnen maken en ze op de manier vast te kunnen leggen die nu gepresenteerd kon worden vertelde Mirjam Huffener in haar inleiding van de middag.
Het belang van het interviewproject werd treffend gedefinieerd door prof.dr. Ido de Haan. Na een stok in het hoenderhok te hebben gegooid bij wijze van introductie (“ik heb niet genoeg bagage om mij Jood te kunnen voelen; oorlog alleen is niet genoeg”) schetste hij hoe de wereld eruit ziet voor overlevenden en nabestaanden en wat mensen nodig hebben om het leven in die wereld na de catastrofe te kunnen heroveren: herbeleving als belangrijk onderdeel. En daarvoor moet je iets kunnen terugzien, bezoeken, aanraken van wat verloren ging, ook collectief. Kortom: cultureel erfgoed is nodig, en daarbij gaat het om meer dan woorden alleen. De geschiedenis zelf moet levend gehouden worden en dat vergt onderhoud van plaatsen en artefacten, en uitleg, en educatie. Dat kunnen we vinden in de gepresenteerde interviews.
Maar bovendien en vooral laten daarin mensen hun identiteit zien, die zij heroverd en opnieuw opgebouwd hebben. Die is niet uniform en in veel gevallen “op dezelfde vage manier Joods als de mijne, zeer herkenbaar”. Ook in die zin, aldus De Haan, levert dit project een grote, zeer waardevolle toevoeging aan het Joods Cultureel Erfgoed. Waarvan akte. Vervolgens sprak Doede Sijtsma, bestuursambtenaar bij de Provincie Gelderland, expert op het gebied van de rol die regio’s kunnen spelen binnen internationale samenwerking. In een geestig en coherent verhaal schetste hij hoe de inmiddels tien jaar lange samenwerking tussen Gelderland en de regio Lubelskie in Oost-Polen tot stand kwam en vorm kreeg. Hij bekende trots te zijn op de Gelderse bestuurders, die bijna tegen de verdrukking in Sobibor niet los willen laten, hopelijk ook in de komende jaren. Een uitspraak die wij van harte onderstrepen, nu op hoger niveau door vier landen wordt gewerkt aan plannen om een deugdelijk bezoekerscentrum op het voormalige kampterrein te realiseren en de asvelden in Sobibor te markeren. Wat Sijtsma’s toespraak behalve bewondering voor de duidelijke inhoud vooral achterliet was de aangename herkenning van zijn warme en persoonlijke interesse voor en betekenisvolle steun aan “Sobibor” en het moed gevende inzicht dat echte interesse kan leiden tot grote betrokkenheid.
Vlnr Selma Leydesdorff, Ido de Haan, Frank Affolter; tweede rij Guus en Mary Richheimer en kleinzoon Joël Nataniel Mozes. Daarachter mede-aanklagers.
Prof. Selma Leijdesdorff legde vervolgens aan het publiek uit hoe haar persoonlijke betrokkenheid bij Sobibor èn haar “er tegen kunnen” bepalend zijn geweest voor de interviews. “Een vreselijk of een moeilijk verhaal kun je niet aan iemand kwijt die daar niet mee kan omgaan.“ Het ging om luisteren zonder oordeel, zonder weging van waarheid, wat in het verleden immers alles bepalend was. Sprekend over oral history legde zij uit dat de inzichten in wat geschiedenis is, zijn veranderd. Door betekenisgeving centraal te stellen geef je de geschiedenis een nieuwe betekenis. Hierin staat oral history tegenover de feitelijke geschiedenis en zijn wetenschappelijke beoefenaren. Herinnering en (juridische) getuigenis zijn twee volstrekt verschillende zaken. Dat zag je in de rechtszaal en de hier gepresenteerde interviews maken dat zichtbaar.
In een getoond fragment zagen we, legde ze uit, dat de interviewer luistert naar het historisch bewustzijn van de geïnterviewde, die niet alleen vertelt wat ze zag maar ook het belang duidelijk maakt van wat zij zag.
De interviews, aldus Leijdesdorff, zijn herinneringsmonumenten van de geschiedenis geworden. En daarvan kan iedereen zich vanaf nu zelf overtuigen via de link www.longshadowofsobibor.com.
Tenslotte stelde Joël Nataniel Mozes zich voor: 3de jaars student Europese Studies en kleinzoon van Mary Richheimer-Leijden van Amstel, een der geïnterviewde nabestaanden. Na vertoning van het door hem uitgekozen videofragment, waarin zij vertelde over haar liefdeloze jeugd, beschreef hij kort de warme en liefdevolle band die zijn grootmoeder in haar eigen gezin en met de kleinkinderen had en hij sloot af met de opmerkelijke woorden: “Ik hoop dat de veerkracht van oma in de genen zit en dus ook in mij”.
Het was een mooie bijeenkomst. Niet in de laatste plaats door het optreden van Frank Affolter en Heddy Lester, die heel mooi en ontroerend op verschillende momenten stukken uit hun theatervoorstelling 10 Duizend zakdoeken lieten horen.
In 2009 gingen twee cliënten van ’s Heeren Loo in Ermelo en hun begeleiders met ons mee op Herdenkingsreis. Zij legden in Sobibor vier stenen voor de twaalf bewoners van ’s Heeren Loo. Deze twaalf bewoners, mensen met een verstandelijke beperking, waren in april 1943 in Sobibor omgebracht.
Dit gegeven was aanleiding voor de Stichting Sobibor om Janneke de Moei te vragen een boekje samen te stellen over de ontwikkelingen in zowel de Duitse als de Nederlandse zorginstellingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In zijn inleiding schrijft Alwin Kapitein het volgende: ‘Op heldere, ongecompliceerde wijze schetst Janneke de Moei eerst de geschiedenis van het moordprogramma Aktion T4 in Duitsland, een programma dat voortkwam vanuit de ideeën van de eugenetica. In het tweede deel vertelt zij over de strijd van de zorginstellingen in het bezette Nederland. In tegenstelling tot Duitsland werd hier geen ‘euthanasie’ toegepast op de bewoners. Nederlandse instellingen hadden te maken met problemen als gedwongen evacuaties, geld- of plaatsgebrek. Er zijn hoopgevende verhalen over verzet en onderduik in de instellingen. Maar er is helaas ook een verhaal over Sobibor. Want uiteindelijk ontkwam ook in Nederland één groep bewoners van de zorginstellingen niet aan deportatie: de Joden.’
Donateurs van de Stichting Sobibor die jaarlijks een bedrag van € 25,- of meer overmaken ontvangen eind oktober een exemplaar van dit boekje.
Op woensdag 26 oktober a.s. organiseert de Oudheidkundige Vereniging van Ermelo een avond over dit thema. Deze wordt gehouden om 19.30 uur in de Immanuel kerk in Ermelo (tegenover het station) en is voor donateurs van de Stichting Sobibor gratis toegankelijk.
Rob Fransman met (rechts) Regina Grüter, schrijver van het voorwoord en (links) Jetje Manheim, die samen met Rozette Kats het nawoord schreef
Medeaanklager én columnist, dat werd Rob Fransman misschien wel tegen wil en dank. Pas kort voor aanvang van het proces-Demjanjuk hoort hij van de mogelijkheid als medeaanklager te kunnen optreden. Zo sluit hij, als 23e, de rij van Nederlandse medeaanklagers. Hij ziet dit als een plicht tegenover zijn in Sobibor omgebrachte ouders Isaac Fransman en Rachel Fransman-Van Lochem.
Vanaf het moment dat hij besluit medeaanklager te zijn houdt hij een weblog bij en doet dat al snel ook voor Radio Nederland Wereldomroep (RNW). Veelvuldig is hij in München in de rechtszaal aanwezig waar hij als dubbel betrokken waarnemer het proces van waarheidsvinding volgt. Als bijvoorbeeld het originele Dienstausweis van Iwan Demjanjuk in de Russische ambassade door de juristen in ogenschouw genomen wordt is Rob Fransman daarbij aanwezig.
De combinatie van medeaanklager en columnist geven hem de unieke gelegenheid zijn ervaringen in deze zaak te beschrijven op een persoonlijke, soms relativerende, soms geëmotioneerde of zelfs humoristische manier.
Op 30 juni 2011 is het boek met de gebundelde columns, uitgegeven door Verbum Holocaust Bibliotheek, feestelijk gepresenteerd bij RNW. Ingesloten is een documentaire op dvd van de reis die Rob Fransman samen met zijn kleindochter maakte naar Sobibor. Stichting Sobibor mocht het nawoord schrijven in dit expressieve verslag van rechtbank- en persoonlijke ervaringen gedurende de anderhalf jaar die het proces-Demjanjuk duurde.
Voor een foto-impressie, volg deze links: 1 en 2 naar foto’s gemaakt door Carlo Huffener.
De Stichting Sobibor heeft de Rachel Borzykowski-penning uitgereikt aan Wim Boevink.
Ieder jaar reiken wij deze penning uit aan iemand die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het realiseren van onze doelstelling: herinneren door informatie en educatie. Het proces Demjanjuk was nog maar enkele columns oud toen wij Wim Boevink nomineerden, want wij waren meteen gegrepen door de nauwkeurige en invoelende observaties die hij na iedere procesdag publiceerde in zijn dagelijkse column ‘Klein Verslag’ in Trouw. Net als Wim Boevink konden wij toen nog niet weten dat hij ruim 130 columns over het proces zou schrijven en daarmee dus ruim 130 keer de aandacht van zijn lezers zou richten op Sobibor, de verschrikkingen die daar in 1942 en 1943 plaatsvonden en op de gevolgen daarvan die in zovele levens nog dagelijks aanwezig zijn.
De 130 columns zijn gebundeld in het boek ‘Dienstausweis 1393’ en werd tevens gisteren gepresenteerd. (Volg voor een impressie deze links: 1 en 2, met foto’s van Carlo Huffener.) Trouw wijdde vandaag het volgende artikel aan Wim Boevink’s boekpresentatie en de uitreiking van de Rachel Borzykowski-penning.
Met ingang van vandaag, 1 juli 2011, is het kamp Sobibor weer op de gebruikelijke wijze open voor publiek. Dit bericht ontvingen wij van de Poolse ambassade in Den Haag.
Wij spreken in dit bericht onze dank uit aan iedereen die zich ingezet heeft om deze beleidswijziging bij de Poolse overheid tot stand te brengen. Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport deed dit tijdens de Stuurgroepbijeenkomst van de commissie Herinrichting Sobibor. Daarnaast zette de Poolse ambassade in Den Haag zich hiervoor in, daarbij gesteund door de vertegenwoordiger van het Poolse ministerie van Buitenlandse Zaken, die de bijeenkomst van de International Holocaust Task Force in Nederland in de derde week van juni jl. bijwoonde.
Ook de steunbetuigingen die wij ontvingen van zowel privé-personen als organisaties hebben ons enorm geholpen bij ons streven alles op alles te zetten om het kamp Sobibor geopend te houden. Een open museum en een goed onderhouden terrein, zoals tot nu toe steeds het geval geweest is, stelt mensen in staat op een respectvolle wijze op deze plek te herdenken en eer te bewijzen aan de slachtoffers.As of today, July 1, 2011, Camp Sobibor opened again for the public. This message we received today from the Polish embassy in The Hague, The Netherlands.
We are very grateful for the support everyone gave us in order to accomplish the change of ruling by the Polish government. The Dutch Ministry of Welfare, Health and Sports has raised our concern during the meeting of the Commission Redesign Sobibor. Besides that, the Polish embassy in The Hague, backed up by a representative of the Polish Ministry of Foreign Affairs, brought it up to their government during the recent gathering of the International Holocaust Task Force in the Netherlands during the 3rd week of June.
The many ’thank you’ notes from people and organizations gave us the strength to do our utmost in keeping the camp open for the public. An open museum and kept grounds of the camp are important to give visitors the opportunity to remember the perished in a respectful manner.
Onze berichtgeving op de dag van de uitspraak in het proces Iwan/John Demjanjuk riep vragen op. De verdachte werd schuldig verklaard met een strafoplegging van vijf jaar, maar werd met onmiddellijke ingang in staat gesteld in vrijheid zijn hoger beroep af te wachten. Is dat rechtvaardig? Wat vinden de medeaanklagers daarvan? En de Stichting Sobibor?
U vindt het terug in deze nieuwsbrief: download pdf.
Op donderdag 12 mei, om 13.00 uur, heeft de rechtbank te München bij monde van voorzittende rechter Alt 5 jaar straf opgelegd aan John (Iwan) Demjanjuk. De rechtbank was bij schuldig verklaring gehouden aan een minimum straf van 3, en een maximum straf van 15 jaar.
Met aftrek van voorarrest en in afwachting van hoger beroep is hij onmiddelijk vrijgelaten. Lees meer >>
• Medeaanklagers in de media over het proces en het vonnis >>
•
• Persbericht van de rechtbank (in het Duits)On Thursday, 12 May, at 1.00 pm, the Munich court sentenced John (Ivan) Demjanjuk to five years in prison. Presiding Judge Alt announced the verdict. In the case of a guilty verdict the court was limited to sentencing a term of 3 years minimum and 15 years maximum. Crediting time served and pending appeal Demjanjuk was released immediately. Please click >>
‘Het proces Demjanjuk lijkt zich af te spelen op een andere planeet.’ Dat zei Margalith Kleijwegt, die in 1987 het proces in Israël voor Vrij Nederland versloeg en ook in München enkele zittingsdagen bijwoonde. Wim Boevink woonde sinds 30 november 2009, de dag waarop het proces in München begon, alle zittingsdagen bij en schreef daarover meer dan 100 stukjes in zijn dagelijkse Trouw-columnKlein Verslag. Jules Schelvis treedt in dit proces op als getuige en mede-aanklager en houdt in maart 2011 een requisitoir. Drie weken later wordt het vonnis gewezen in wat naar alle waarschijnlijkheid het laatste grote Holocaustproces is.
Deze drie betrokkenen werden op 15 februari 2011 in het Verzetsmuseum ‘ondervraagd’ door Ad van Liempt in de serie Helden en Schurken II, een lezingenserie georganiseerd door NIOD en Verzetsmuseum in samenwerking met NTR/VPRO en Historisch Nieuwsblad.
Alles draait om de vraag of John/Iwan Demjanjuk als in Trawniki opgeleide bewaker dienst deed in Sobibor tussen maart en september 1943. Hij wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan moord op 27.900 Joden.
De procesduur was aanvankelijk ingeschat op zes maanden, maar sleept zich nu al veertien maanden voort. Dit is vooral te wijten aan de vertragingstactieken die de verdediger van Demjanjuk beoefent. Zijn strategie is erop gericht hindernissen op te werpen, twijfel te zaaien en vooral stukken op te vragen, steeds weer nieuwe stukken. Dit leidt ertoe dat het doel van het proces, het vinden van de waarheid, steeds meer lijkt te worden toegedekt.
Het is binnenkort aan de rechters om bij het vonnis de waarheid zichtbaar te maken.
Hoewel de aangevoerde bewijsvoering de aangeklaagde steeds meer belast onthouden alle gesprekspartners zich deze middag van een uitspraak, want dat is de taak van de rechters. Wel licht Jules Schelvis een tipje op van de sluier die nu nog over zijn requisitoir ligt: hij zal de rechters vragen recht te spreken, maar eist op humanitaire gronden ingeval van schuldig verklaring geen uitvoering van straf.
Als alles volgens plan verloopt zullen wij eind maart weten wat de rechters besluiten.