All Posts By

Ingrid Zylstra

Geschiedenis Werkplaats

By Nieuws

Voor studenten van de tweedegraads lerarenopleiding Geschiedenis van de NHL Stenden Hogeschool Leeuwarden staat in hun tweede jaar de Geschiedenis Werkplaats op het programma.

Binnen deze studieruimte voeren zij een opdracht uit voor een maatschappelijke organisatie gerelateerd aan een historisch thema. Zo leggen zij concreet een maatschappelijk relevante verbinding tussen hun opleiding en de hedendaagse samenleving.

Afgelopen jaar hebben twee teams van studenten zo’n opdracht binnen het kader van de Geschiedenis Werkplaats uitgevoerd voor Stichting Sobibor.

Rebecca Boer en Eline Duineveld hebben onderzoek gedaan naar Friese struikelstenen of ‘stroffelstienen’ die specifiek gerelateerd zijn aan inwoners van Friesland die vermoord zijn in Sobibor.  Bij de struikelstenen maakten zij ook korte biografieën. In de Harlinger Courant verscheen een artikel over de studieopdracht.

Drie andere studenten Léon Postma, Harmen ten Hoeve en Rimmer Bakker deden onderzoek naar het mogelijke verband tussen Joodse onderduikers in Friesland in relatie tot het aantal Friese Joden die zijn weggevoerd, ook naar Sobibor.

Als Stichting Sobibor zijn wij blij met deze betrokkenheid van HBO-studenten bij het verhaal van Sobibor. De aandacht en interesse van deze toekomstige docenten geschiedenis passen naadloos bij de doelstelling van informatie en educatie.

Eline Duineveld (links) en Rebecca Boer bij de Struikelstenen voor de familie Polak in de William Boothstraat in Harlingen. (Foto: Joachim de Ruijter/Harlinger Courant)

Drie andere studenten Léon Postma, Harmen ten Hoeve en Rimmer Bakker deden onderzoek naar het mogelijke verband tussen Joodse onderduikers in Friesland in relatie tot het aantal Friese Joden die zijn weggevoerd, ook naar Sobibor.

Als Stichting Sobibor zijn wij blij met deze betrokkenheid van HBO-studenten bij het verhaal van Sobibor. De aandacht en interesse van deze toekomstige docenten geschiedenis passen naadloos bij de doelstelling van informatie en educatie.

Herdenking kindertransporten Vught 2021

By Nieuws

Elk jaar op de eerste zondag van juni herdenkt Nationaal Monument Kamp Vught in samenwerking met Stichting Sobibor de kindertransporten van 6 en 7 juni 1943. Bijna 1.300 Joodse kinderen werden toen vanuit Kamp Vught gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibor in bezet Polen, waar ze kort na aankomst werden vergast. Nationaal Monument Kamp Vught en Stichting Sobibor staan daar dit jaar bij stil met een herdenkingsprogramma op zondag 6 juni, dat wordt uitgezonden bij Omroep Brabant (vanaf 7.14 uur met herhalingen tot 16.15 uur). Ook is de herdenking te kijken via het YouTube-kanaal van NM Kamp Vught. Net als in 2021 kan vanwege de coronamaatregelen geen publieke herdenking plaatsvinden.

Oma Lotty
In de herdenkingsuitzending vertellen Selma en Esther Huffener over hun oma Lotty Huffener-Veffer. Zij moest in juni 1943 in Kamp Vught afscheid nemen van haar 15-jarige zusje Carla en haar ouders. Een paar dagen later werden zij vermoord in Sobibor. Selma en Esther vertellen over het leven van hun oma, die meerdere kampen overleefde, en hoe zij zich altijd heeft ingezet voor de nagedachtenis aan de vermoorde kinderen. In 1999 onthulde Lotty in voormalig Kamp Vught het kindermonument. Op het monument zijn de namen te lezen van de vermoorde kinderen, waaronder die van Lotty’s zusje Carla.

Bloemen en vlinders
Opperrabbijn Binyomin Jacobs spreekt een kort gedenkwoord uit. Jeroen van den Eijnde, directeur van Nationaal Monument Kamp Vught, en Christine Gispen-de Wied, voorzitter van Stichting Sobibor, leggen een bloemstuk. Ook Esther en Selma Huffener leggen een bloemstuk, namens de nabestaanden. Leerlingen van de Vughtse basisschool De Schalm lezen namen voor van de kinderen die werden weggevoerd. De leerlingen uit groep 7 bevestigen hun zelfgemaakte vlinders op het kindermonument en in het prikkeldraad. Ook leerlingen van andere scholen, die dit jaar niet konden komen voor een rondleiding hebben vlinders gemaakt die aan het prikkeldraad worden gehangen.

Achtergrond
De kindertransporten was een van de meest dramatische gebeurtenissen uit de geschiedenis van Kamp Vught. In mei 1943 waren er bijna 1.800 Joodse kinderen in Kamp Vught. Veel kinderen stierven door ziekte en gebrek, iets dat buiten het kamp bekend werd. Om aan die berichten een einde te maken, nam de SS maatregelen. Op 5 juni schreef de Joodse kampleiding: “Op hoog bevel van elders, moeten alle kinderen van 0 tot 16 jaar het kamp verlaten om, zoals men ons mededeelde, in een speciaal Kinderkamp te worden ondergebracht.” Er ontstond grote paniek.

Verscheurd
Op zondag 6 juni 1943 regende het onafgebroken. De jongste Joodse kinderen moesten vertrekken en hun moeders gingen verplicht mee. Op 7 juni volgden de oudere kinderen, met een of beide  ouders. In totaal werden 3.014 ouders en kinderen afgevoerd in goederenwagons. De Joodse Klaartje de Zwarte-Walvisch schreef in haar dagboek: “Zoals men wel eens onwillekeurig een stukje papier versnippert, zo werden harten en zielen verscheurd en uit elkaar gerukt. Alles ging aan flarden. Alles werd vertrapt.” Op het kindermonument zijn in bronzen platen de namen van de in juni 1943 weggevoerde kinderen verwerkt. Veel mensen noemen het kindermonument een van de meest indrukwekkende plekken van hun bezoek aan Nationaal Monument Kamp Vught.

 

Gedenkteken bij Vondelpark: spiegel ter reflectie

By Nieuws

Bij de ingang van het Vondelpark aan de Van Eeghenstraat is een gedenkteken geplaatst. Op de plek waar tijdens de Tweede Wereldoorlog een bordje hing met de tekst ‘Voor Joden verboden’, staat ter nagedachtenis nu een spiegel en tekstbord.

Het is een initiatief van Niels van Deuren, in samenwerking met het Amsterdams 4 en 5 mei comité en de gemeente Amsterdam. Van Deuren werd geïnspireerd door de toespraak van koning Willem-Alexander tijdens de Dodenherdenking van 4 mei 2020. “Sobibor begon in het Vondelpark. Met een bordje: Voor Joden verboden”, sprak de koning op een lege Dam.

Spiegel en tekst
Een jaar later is het gedenkteken, dat bestaat uit een spiegel en tekstbord, gerealiseerd. De spiegel nodigt de toeschouwer uit na te denken over wat hij of zij zelf zou doen bij het zien van onrecht. Zoals in 1940, toen de anti-Joodse maatregelen begonnen. ‘En wat jij nu doet, als je ergens racisme, discriminatie of intolerantie bespeurt. Kun je jezelf recht in de ogen kijken?’

Wegkijken
Dit werk is een van de eerste werken dat het “wegkijken” benoemt wat gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Willem-Alexander citeerde tijdens zijn speech Jules Schelvis, een man die de holocaust overleefd heeft, die beschreef hoe de Joden in Amsterdam werden opgepakt tijdens de Tweede Wereldoorlog, en dat de rest van Amsterdam toekeek. “Honderden omstanders hebben zonder vorm van protest toegekeken hoe de overvolle trams, onder strenge bewaking, voorbij reden.”

Een deel van de Nederlanders verrichte acties van verzet; een deel van de Nederlanders collaboreerde met de Nazi’s. Een groot deel van de Nederlanders deed niets en keek weg voor alle ellende die gebeurde tegenover de Joden en andere groepen.

Vandaag de dag, kijken nog steeds veel mensen weg, als er ergens racisme, intolerantie, onrecht of discriminatie plaatsvindt. Zelfs als ze er vlakbij staan en er iets van zouden kunnen zeggen.

Het kunstwerk bij de ingang van het Vondelpark, wil mensen letterlijk de spiegel voor houden.

Titel
De titel van het bord, “Sobibor – Wat doe jij”, verwijst naar een gedicht van de gefusilleerde verzetsstrijder Gerrit van der Veen “Wat doe jij”. Zijn gedicht werd gepubliceerd in het verzetsblad De vrije kunstenaar van maart 1944.

Jodenvervolging
In de Tweede Wereldoorlog volgden de anti-Joodse maatregelen elkaar steeds sneller op. In 1940 werd de toegang tot steeds meer voorzieningen verboden. In mei 1942 werd het dragen van de Jodenster ingevoerd en in juli 1942 begonnen de deportaties. In vernietigingskampen als Sobibor en Auschwitz kwamen meer dan 100.000 Joodse Nederlanders om het leven.

Gedenken en krans
Het dagelijks bestuur Zuid zorgt voor een krans bij het gedenkteken op 4 mei, ter herdenking.

Op 4 mei 2021 om 17:15u start een herdenking bij het bord. Hierbij zullen spreken Rika, Christine Gispen-de Wied, Micha Bruinvels, Alejandra Slutzky, Kjell van Dijk en Niels van Deuren. Ieder zal hun eigen verhaal vertellen over het thema wegkijken & racisme. Op de volgende pagina staat per persoon nog meer uitgeschreven wat hun topic is.

Meer informatie

Meer informatie over het gedenkteken is te vinden op

www.4en5meiamsterdam.nl/bord-vondelpark en www.amsterdam.nl/buitenkunst.

Verhaal erfgoeddrager Rika
Zij vertelt het verhaal van Harriet Goldwasser, die als klein meisje niet meer Vondelpark in mag.
(https://inmijnbuurt.org/verhalen/je-zag-dingen-die-niet-goed-waren-om-te-zien-voor-een-kind/

Speech Christine Gispen-de Wied, voorzitter Stichting Sobibor

Opening monument ingang Vondelpark

Foto’s Kamp Vught ontdekt

By Nieuws

Op de recent ontdekte foto’s van Kamp Vught staan gedeporteerden naar Sobibor.

(klik op foto voor vergroting)

Nationaal Monument Kamp Vught is onlangs in het bezit gekomen van drie bijzondere foto’s, die gemaakt zijn door een Duitse soldaat tijdens een van de Jodentransporten vanaf het station in Vught in mei 1943.
Hoewel de foto’s nog maar net in het museumdepot liggen, kon het NIOD al snel de datum van het transport achterhalen. Op diverse stuks bagage zijn letters en cijfers te lezen. Twee van die combinaties waren te herleiden tot Rebecca de Groot, geboren 12 juni 1892, wonend in Amsterdam en Rosalchen de Bruin-Salomonson, geboren 1 september 1889 en uit Hardenberg. Op basis van deze wetenschap kon vervolgens via de transportlijsten worden vastgesteld dat de foto’s gemaakt zijn op 23 mei 1943, toen ongeveer 1250 mensen werden gedeporteerd naar Westerbork. Vanuit daar gingen de meesten vrijwel meteen door naar vernietigingskamp Sobibór, waar zij na aankomst in de gaskamers werden vermoord. Het gaat vermoedelijk om het dertiende transport naar Sobibor, dat vertrok op dinsdag 25 mei vanaf Westerbork naar Sobibor.

Nieuw: De kern van de Holocaust

By Nieuws

De kern van de Holocaust

Belzec, Sobibor, Treblinka en Aktion Reinhardt

Stephan Lehnstaedt, Uitgeverij Verbum, 2021

Voor veel mensen staat de Holocaust als begrip welhaast synoniem met Auschwitz. In Nederland ligt dit genuanceerder omdat de ruim dertig procent van de Nederlandse Holocaustslachtoffers vermoord werd in Sobibor. Minder mensen weten dat dit vernietigingskamp samen met Belzec en Treblinka onderdeel was van Aktion Reinhardt.

De Duitse professor Stephan Lehnstaedt geeft in zijn onderzoek De kern van de Holocaust een update van het onderzoek naar Aktion Reinhardt, de moordactie op met name de Poolse Joden. Van 15 maart 1942 tot november 1943 zijn in de Oost-Poolse vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka bijna 2 miljoen mensen vergast en verbrand. De Aktion werd genoemd naar Reinhard Heydrich, de hoge SS-er die voorzitter was van de Wannsee-conferentie waar de ‘Endlösung der Judenfrage’ formeel bekrachtigd werd en die in de zomer van 1942 in Praag om het leven kwam aan de gevolgen van een aanslag.

Kwintessens

Ondanks haar omvang en betekenis is Aktion Reinhardt amper bekend, terwijl in Auschwitz jaarlijks zo’n 1,5 miljoen bezoekers komen. Lehnstaedt vult met zijn onderzoek deze tegenstelling door te focussen op wat hij noemt de kern van de zaak. Aktion Reinhardt staat volgens hem voor de kwintensens van de Holocaust. Jodenhaat en Duits antisemitisme resulteren hier samen in louter vernietiging zonder ‘nuttig gebruik’. Het ideologische doel woog steeds zwaarder dan de economische overwegingen en baten.

Nauwkeurig beschrijft Lehnstaedt hoe de Duitsers in Polen hun antisemitische programma stap voor stap omzetten in een misdadig efficiënte genocide. Alles bewust en strak gepland en meedogenloos georganiseerd. De omvang is even ongeëvenaard als ook onvoorstelbaar. De uitvinding van de massamoord op industriële schaal begon niet in Auschwitz, maar in de Belzec, Sobibor en Treblinka. In no-time werden de slachtoffers na aankomst linea recta naar de gaskamers gedreven, vermoord en verbrand. De kans deze hel te overleven was nagenoeg nul.

Lehnstaedt beschrijft het hele proces van de planning en bouw van de vernietigingskampen, de werking en – na de opstanden in Treblinka en Sobibor -de eliminering omdat de Duitsers alle sporen van deze moordfabrieken en hun brute gruweldaden wilden wissen. Ook reflecteert hij op de hele naoorlogse verwerking van wat er in de vernietigingskampen gebeurde. Hoe de Poolse bevolking, de Duitse daders, de wetenschap en de politiek omgingen met dit publieke geheim.

Pure vernietiging

De Aktion Reinhardt-kampen hebben nooit de belangstelling gekregen zoals Auschwitz. Stephan Lehnstaedt verklaart dit omdat er slechts in totaal 150 overlevenden waren, er op de locaties weinig of niets overgebleven is en omdat in de Aktion Reinhardt-kampen met name de Poolse Joden vermoord zijn, terwijl in Auschwitz vooral ook niet-Poolse en met name West-Europese slachtoffers vielen. Zo corrigeert Lehnstaedt in dit compacte en indringende boek een onvolledig beeld. Een aanwinst in de Holocaust bibliotheek van Uitgeverij Verbum en een must-have voor iedereen die zich verdiept in de geschiedenis van deze misdaad zonder precedent. Dit boek is daarmee een betekenisvolle bijdrage om het voor onze lezers wel bekende vernietigingskamp Sobibor in een breder perspectief te plaatsen van Aktion Reinhardt, met een focus op de gruwelijke bedoeling van pure vernietiging. Daarbij past deze uitgave bij het beeld van een groeiende interesse voor dit tot nu toe onderbelichtte aspect van de Holocaust, zowel internationaal met de opening van het museum in Sobibor, als in ons land met de toenemende belangstelling voor de nalatenschap van Jules Schelvis.

Gerben Hoogterp

Gelijktijdig met De kern van de Holocaust is van dezelfde auteur bij Verbum ook een handzaam en informatief side-boekje verschenen: Vernietigingskamp Sobibor, moord, overleven en herdenken.

De Sobibor Tapes – de vergeten interviews van Jules Schelvis

By Nieuws

Op 14 oktober 1943 komt een groep gevangenen in vernietigingskamp Sobibor in opstand tegen de SS-bewakers. Veertig jaar later interviewt de Nederlander Jules Schelvis, zelf overlevende van Sobibor, twaalf mannen en vrouwen die bij de opstand betrokken waren. Schelvis legde de gesprekken vast met een van de eerste consumentencamera’s. Dit unieke historische materiaal (achttien uur lang) vormt de basis van de documentaire ‘De Sobibor Tapes’ die de EO uitzendt in het kader van de ‘Internationale Herdenkingsdag van de Slachtoffers van de Holocaust’ op woensdag 27 januari.

De unieke beelden zijn het enige levende bewijs van de opstand in het vernietigingskamp Sobibor. Indrukwekkende getuigenissen van overlevenden over de onmenselijke gebeurtenissen binnen de afrastering van het kamp. Getuigen die tijdens de gesprekken opnieuw beleven hoe ze zich voelden in het kamp waar moord en vernietiging ‘gewoon’ was. De interviews met de getuigen worden afgewisseld door verhalen van onder meer Jetje Manheim en Johannes Houwink ten Cate die aan de hand van brieven, foto’s en kranten artikelen vertellen over Jules’ jarenlange inspanning om de opstand in Sobibor wereldkundig te maken. Het resultaat is een uniek verslag van hoe de Joodse revolte in Sobibor van minuut tot minuut heeft plaatsgevonden.

De getuigen

“Ik geloofde er eerlijk gezegd niet in”, zegt opstandelingenleider Sasha Pechersky in zijn interview met Jules Schelvis. Toch besloot de krijgsgevangen Sovjetmilitair door te gaan met de opstand. “Mijn belangrijkste doel was om die fascisten te doden. Misschien zouden er zo’n 15-20 mensen kunnen ontkomen om de wereld de waarheid te vertellen.”

Chaskiel Menche, verloor zijn vrouw, kind en moeder in Sobibor. Direct na aankomst werden zij omgebracht. “Ze willen dit toch geheimhouden”, zegt hij tegen Jules Schelvis. Menche besloot dat hij wraak wilde nemen en vertelt in detail hoe hij zijn nazibeulen met een bijl de hersens insloeg tijdens de opstand, waarna hij vluchtte. “Je moet de wereld laten zien wat hier gebeurt in dit kamp.”

Jules Schelvis

Tijdens de oorlog worden Jules en Rachel Schelvis vanuit Nederland naar Sobibor gedeporteerd. Jules wordt na aankomst overgeplaatst naar een ander kamp om daar tewerk te worden gesteld. Zijn vrouw Rachel wordt direct in Sobibor vermoord. In het vernietigingskamp zijn naar schatting in totaal 170.000 mensen gedood. Van de 35.000 Nederlanders die in Sobibor terecht kwamen, hebben slechts 18 mensen het overleefd. Na de opstand besluiten de nazi’s om het hele kampcomplex te vernietigen. Voor hen was het een schande dat Joodse ‘Untermenschen’ in staat waren geweest om ‘Arische’ militairen te overmeesteren.

Jules Schelvis zag het als zijn levenstaak om het verhaal van de Opstand van Sobibor openbaar te maken. Begin jaren ’80 documenteert hij samen met de slaviste Dunya Breur, het getuigenis van Sacha Pechersky, de Russische opstandelingenleider en elf andere direct betrokkenen.

Het idee was om met het materiaal een documentaire te maken, jaren voordat Claude Lanzmann en Steven Spielberg begonnen aan hun ‘oral history’-projecten over de Holocaust. Tot grote teleurstelling van Jules Schelvis is zijn documentaire over de opstand van Sobibor er nooit gekomen. Vijf jaar na zijn overlijden is zijn levenswerk nu gerealiseerd door filmmaker Piet de Blaauw en cameraman Jan Pieter Tuinstra.

100ste geboortedag Jules Schelvis herdacht

By Nieuws

7 januari 2021 is het precies 100 jaar geleden dat Jules Schelvis werd geboren. Jules richtte in 1999 Stichting Sobibor op met als doel de gruwelijke geschiedenis van vernietigingskamp Sobibor door te geven aan de volgende generaties.

Gedenkwaardig concert

Het invullen van de wens van Jules Schelvis gebeurde door vandaag een Nederlandse, Duitse, Engelse en Poolse ondertiteling beschikbaar te stellen van de concertregistratie ‘Er reed een trein naar Sobibor’. Dit gedenkwaardige concert van Jules Schelvis en het Nationaal Symfonisch Kamerorkest o.l.v. Jan Vermaning werd al drie maal uitgezonden via NPO2 en is inmiddels meer dan 1 miljoen keer bekeken.

Lespakket

Alle ondertitelingen van het concert zijn nu gratis te bekijken en te downloaden via www.erreedeentreinnaarsobibor.nl  Sinds vandaag zijn via dezelfde website naast de Nederlandse ook de Duitse, Engelse en Poolse versies van het lespakket ‘Er reed een trein naar Sobibor’ digitaal beschikbaar.

Presentatie in Joure

De presentatie van de concert ondertitelingen vond vandaag plaats in de Hobbe van Baerdtkerk in Joure. Vanwege Covid-19 was het een besloten bijeenkomst die te volgen was via een livestream. Premier Mark Rutte en voorzitter van het Comité 4 en 5 mei Gerdi Verbeet spraken via een video-boodschap. Daarnaast waren  Jenny Goldschmidt, emeritus professor in Human Rights Law, Christine Gispen-de Wied, voorzitter van de Stichting Sobibor en Kim la Croix, kleindochter van Jules Schelvis aanwezig. Haar kinderen, de achterkleinkinderen van Jules Schelvis, openden met een symbolische druk op de knop de nieuwe website. Musici van het Nationaal Symfonisch Kamerorkest zorgden voor een prachtige muzikale omlijsting.

Brief Jules Schelvis

By Nieuws

Lees de Transcriptie brieven Jules Schelvis gemaakt door het Verzetsmuseum Amsterdam.

Het Verzetsmuseum in Amsterdam heeft een nooit eerder gelezen brief van Jules Schelvis ontdekt in een recente schenking. Schelvis was één van de achttien Nederlanders die vernietigingskamp Sobibor overleefde. Meer dan 33.000 Nederlanders zijn hier vermoord. De brief is de eerste Nederlandse getuigenverklaring over wat zich in Sobibor heeft afgespeeld, zegt Jos Sinnema, onderzoeker voor het Verzetsmuseum.

Schelvis schreef de brief op 7 mei 1945 in een ziekenhuis in Zuid-Duitsland. Hij was net bevrijd uit kamp Vaihingen, waar hij vanuit Sobibor naartoe was gebracht. De brief is gericht aan zijn familie. Op de enveloppe schreef Schelvis drie adressen, in de hoop dat op één daarvan nog iemand in leven zou zijn.

Sinnema, die de brief als eerste las, ervoer het als een flashback. “Alsof je terug bent in 1945, op het moment dat de familie de brief had moeten lezen. Dat grijpt je naar de keel.”

“Alles wat hier geschreven staat is de naakte waarheid.”
Jules Schelvis begon op latere leeftijd, na zijn pensioen, te schrijven over Sobibor. Hij wilde dat de wereld zou weten welke gruwelijkheden er hebben plaatsgevonden. Uit de nu gevonden brief blijkt dat hij dit al direct na zijn bevrijding wilde. In de brief doet hij met ingehouden pijn verslag, en spreekt hij de wens uit dat dit in de krant komt. “Alles wat hier geschreven staat is de naakte waarheid.” Anders dan over Auschwitz was er over Sobibor in Nederland toen nog niets bekend. De eerste keer dat de naam ‘Sobibor’ in een Nederlandse krant genoemd wordt, is december 1945.

In de brief richt Jules zich tot zijn oom en tante en zijn nu 90-jarige neef Karel Stroz. “Het zal je wel pijn doen, dit alles te lezen”, schrijft hij, “maar ik moet het je toch schrijven.” Van de zeven familieleden die tegelijk in Sobibor aankwamen zijn er vijf “naar ik aanneem voor 99% direct bij aankomst vergast.” Onder hen ook zijn vrouw Rachel. “Ik schrijf dit alles zo koud”, schrijft hij, “daar het vele, wat ik heb gezien en zelf heb meegemaakt, mij hard heeft gemaakt.”

Eredoctoraat
Voor zijn studie van Sobibor ontving Jules Schelvis een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. In een interview met Rob Trip vertelde hij in 2013 bij de NOS over zijn leven. Schelvis overleed in 2016. De beoogde ontvanger van de brief Karel Stroz is nog in leven.

Overlijden Krzystof Skwirowski 

By Nieuws

Na een slopende ziekte is op 30 oktober 2020 Krzystof Skwirowski overleden.

Skwirowski was van 1996 tot 2017 werkzaam voor het museum in Sobibor, vanaf 2012 als interim-directeur. Zijn persoonlijke inzet om het noodlijdende museum van Sobibor en het voormalige kampterrein toegankelijk te houden voor bezoekers was groot en ook na zijn pensionering in 2017 bleef hij betrokken.

Krzystof voelde zich als historicus zeer verbonden met het lot van de joodse gemeenschap van zijn woonplaats Włodawa. Zijn proefschrift over de joden van Włodawa en hun vernietiging tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in 2014 in het Pools gepubliceerd. Helaas heeft hij de opening van het nieuwe museum niet meer mogen meemaken.

Uitreiking Rachel Borzykowskipenning 2020 aan Ivar Schute

By Nieuws

Dit jaar is de penning uitgereikt aan Ivar Schute (1966) voor zijn werk als archeoloog met bijzondere aandacht voor- en specialisatie in de kampen uit WOII. Hij schreef hierover recent een boek ‘In de schaduw van een Nachtvlinder’, uitgegeven bij Prometheus, waarin hij zijn persoonlijke ervaringen deelt met het grote publiek.

Ivar werkte o.a. mee aan de opgravingen van de gaskamers in Sobibor en heeft op allerlei manieren hier steeds publiekelijk aandacht voor gevraagd. Sobibor is na de opstand in oktober ’43 door de Duitsers met de grond gelijk gemaakt opdat niemand zou weten wat daar gebeurd was.

Nu staat er op het terrein een nieuw Herinneringscentrum waarin bodemvondsten een belangrijke plaats innemen om het verhaal te vertellen. Ivar heeft daar in grote mate aan bijgedragen en zich bovendien steeds ingespannen nabestaanden te informeren, wanneer er artefacten gevonden werden waarop namen van personen zichtbaar waren.

Zijn persoonlijke betrokkenheid bij zijn werk en de vragen die hij zichzelf hierover stelt, dwingen respect en bewondering af; graven in een zo pijnlijk en tragisch verleden gaat niemand in de koude kleren zitten, aldus Schute: bodemvondsten vertellen hun eigen verhaal en kunnen als complementair gezien worden aan wat we weten uit de geschiedenis. Dat daar blijvend aandacht aan moet worden besteed, daar staat hij voor.

Stichting Sobibor reikte hem de penning en het bijbehorende bedrag van €500,- uit tijdens een gastcollege dat hij gaf op dinsdag 24 november aan studenten van het University College Utrecht.