
Poort met Wachthuisje bij de ingang van de Himmelfahrtstrasse in het voormalige Lager 2, augustus 1944. Links de boerderij.
Een foto uit 1944, herontdekt in het Russische staatsarchief, toont de poort naar de beruchte Himmelfahrtstrasse én de boerderij in Lager 2 in Sobibor. Tot nu toe werd aangenomen dat alle sporen van het kamp direct na de opstand van 14 oktober 1943 waren uitgewist. Deze vondst herschrijft deels de geschiedenis en roept nieuwe vragen op.
De foto maakt deel uit van een reeks van 17 beelden die zijn opgenomen in een verslag van luitenant-kolonel Volski, waarnemend hoofd van de politieke afdeling van de NKVD-troepen van het 1e Wit-Russische Front. Het verslag dateert van 19 augustus 1944 en werd opgesteld tijdens het onderzoek naar nazi-misdaden in het bevrijde Oost-Polen. De documenten en foto’s werden in 2018 online beschikbaar gesteld door het Centraal Archief van het Ministerie van Defensie van de Russische Federatie, ter gelegenheid van de 75e herdenking van de opstand in Sobibor.
Bernolf Kramer van Stichting Sobibor herontdekte deze foto’s in het digitale archief. “De gaskamers zijn opgeblazen,” zegt Kramer, “maar een plek waar 170.000 mensen zijn bestolen en vermoord, kun je niet uitwissen.” De foto’s zijn gedeeltelijk eerder gepubliceerd in een brochure over de archeologische opgravingen uit 2019 onder redactie van Marek Bem: Sobibór. archeologia terenu po byłym nazistowskim obozie zagłady 2000-2017. Ook de Britse historicus Hannah Wilson heeft ze benoemd in haar proefschrift (2023): “Let My Cry Have No Place, Let It Cry Through Everything”: The Material Memory of Sobibor Death Camp. Waarom deze foto’s niet aan latere onderzoeksresultaten zijn toegevoegd, is onbekend.
De foto’s tonen onder meer:
- Het wachthuisje bij de ingang van de Himmelfahrtstrasse
- De ‘Rampe’ waar treinen aankwamen
- Verblijven van kampbewaarders
- Aangrijpende beelden van stapels kinderwagens, kunstledematen, haar, servies en wandelstokken
- Drie overlevenden van de opstand: Abrahm Kohn, de Nederlandse Ursula Stern en Israel Trager.

In 1944 fotografeerde Ursula Stern de Sovjet soldaten. Copyright: familie Safran
De dochter en kleinzoon van Ursula Stern bevestigden onlangs de aanwezigheid van Ursula in Sobibor in 1944: “Na de bevrijding ging Ula naar het huis van een rijke Joodse vrouw die veel Joodse overlevenden onderdak bood in de Poolse stad Wlodawa. Daar ontmoette ze haar vriendin uit het kamp, Selma Wijnberg, en haar verloofde, Chaim Engel. Ula en Selma wisten dat Poolse en Russische Joden waardevolle spullen en sieraden in hun gescheurde kleren verstopten en die in de kampgrond begroeven om te voorkomen dat ze de Duitsers zouden bereiken. Ze besloten ze te gaan zoeken, zodat ze de middelen zouden hebben om terug te keren naar Nederland. Met z’n drieën gingen ze naar het vernietigingskamp om te kijken wat er nog over was.”
Ook Abrahm Kohn en Israel Trager beschrijven in naoorlogse getuigenissen hun aanwezigheid in het gebied rondom Chelm en Sobibor in de zomer van 1944.
Volgens archeoloog Ivar Schute, die meewerkte aan de opgravingen in Sobibor, is de poort op de foto de ingang van de Schlauch of Himmelfahrtstrasse in Lager 2. Hij herkende direct de locatie, omdat hij de fundamenten van het wachthuisje en de poort heeft opgegraven, maar kende deze foto’s niet. Ook Erik Schumacher, auteur van het boek over het archeologisch onderzoek dat Sobibors geschiedenis zichtbaar maakte, was niet bekend met deze beelden. Waarom ze sinds hun vrijgave in 2018 niet eerder zijn gedocumenteerd is onbekend.
De boerderij (Erbhof) is ook zichtbaar op de foto’s in het Niemann-album dat in 2015 werd ontdekt in Duitsland. Tijdens het kamp diende de boerderij onder meer als verzorgingsplaats voor ganzen, die werden opgejaagd als de gedeporteerden naar de gaskamers werden gejaagd door de Himmelfahrtstrasse.
De ontdekking bevestigt dat het kampterrein in de zomer van 1944 niet alleen nog enkele herkenbare structuren bevatte, maar ook veel goederen van gedeporteerden en menselijke resten nog zichtbaar waren.
Russische onderzoekers en journalisten verzamelden in 1944, in het kielzog van het Sovjetleger, getuigenverklaringen van overlevenden, buurtbewoners en voormalige Trawniki. De NKVD (Volkscommissariaat voor Binnenlandse Zaken) was de Sovjet-overheidsorganisatie die verantwoordelijk was voor binnenlandse veiligheid. Het omvatte ook het beruchte Hoofddirectoraat voor Staatsveiligheid, dat zich bezighield met opsporing van “vijanden” in binnen- en buitenland. De NKVD werd later omgevormd tot de KGB (nu FSB) en het MVD, dat in het huidige Rusland nog steeds bestaat. Het Russische Staatsarchief bevat meerdere van dit soort documenten.
De bevindingen werden gepubliceerd in onder meer de Komsomolskaja Prawda (2 september 1944) en in de Amigoe di Curaçao (22 september 1944), waarin ook een kort interview met Selma Engel-Wijnberg verscheen.
Meer over deze foto’s in onze nieuwe podcast De Stilte van Sobibor

Pagina 5 van 6 van het verslag over Sobibor van 19 augustus 1944. Foto1: Goederen van gedeporteerde Joden. Foto 2: Blik op de aanplant op de massagraven en het voormalige Lager 3. Foto 3: Abrahm Kohn, Ursula Stern en Israel Trager.
Bekijk hier het volledige verslag van Volski met alle 17 foto’s en een vertaling van de Russische tekst.

